‘Veilige apps’ in de Zorg in de kiem gesmoord | GGZtotaal

‘Veilige apps’ in de Zorg in de kiem gesmoord | GGZtotaal Geplaatst op

We zijn het eindelijk eens: veilig ‘appen’ in de zorg is enorm belangrijk. Het aantal veilige messengers wordt groter en groter, wordt het niet eens tijd om er ook iets mee te doen?

 

Klik op de afbeelding om het volledige artikel in GGZtotaal te bekijken

GGZtotaal2

 

Van multomap naar smartphone

Ooit stonden we bij het in ontvangst nemen van onze diploma’s met twee vingers in de lucht. We beloofden plechtig dat we in onze privé-omgeving nooit de namen zouden noemen van de cliënten die we binnen de muren van de psychiatrie tegen kwamen. We legden de eed af. De rapportage en de medische gegevens die we vastlegden met betrekking tot de patiëntenzorg werd veilig ‘opgeslagen’ in ‘multomappen’. Deze borgen we aan het eind van onze dienst veilig op in ijzeren dossierkasten. Met een sleutel draaiden we deze op slot. Veiliger dan ooit!

Nu is de situatie in de GGZ helemaal anders. Zorgverleners en cliënten hebben bijna altijd een hypermoderne computer in hun broekzak: hun smartphone. Een apparaat dat een stuk effciënter en sneller werkt dan verouderde EPD’s en logge, ingewikkelde computersystemen van GGZ-instellingen. Dat leidt tot 900 miljoen WhatsApp-gebruikers, 700 miljoen Facebook Messenger-gebruikers en 120 miljoen Telegram-gebruikers. In plaats van de systemen die de werkgever beschikbaar stelt, gebruiken we daarom steeds liever de apps op onze telefoon. Ook in de zorg. Een appje naar collega’s is sneller verstuurd dan het email-programma is opgestart.

Privacy

Maar ja, de zorg heeft met een nogal belangrijk probleem te maken: bescherming van de privacy. De cliënt loopt, wanneer vertrouwelijke en medische informatie gedeeld wordt met bijvoorbeeld WhatsApp, het risico dat hij of zij reclame op Facebook ziet voor de nieuwste antidepressiva of andere psychofarmaca. WhatsApp versleutelt weliswaar de berichten, maar informatie over met wie je appt, hoe vaak en waar, verzamelt het bedrijf wel degelijk. Wat daarmee gebeurt? Weet jij het?

Bovendien kunnen gegevenslekken ontstaan met compleet onduidelijke oorzaken. De gevolgen zijn wel helder: boetes tot wel 820.000 euro, of 10 % van de jaaromzet van je instelling. Dat wil geen enkel bedrijf. Volgens de overheid is het risico af te dekken met een goede ‘bewerkersovereenkomst’, waarin staat wie verantwoordelijk is voor welke gegevens en het gebruik daarvan. Hoe men die overeenkomst afsluit met Amerikaanse concerns als WhatsApp of Facebook, weet dan weer niemand.

De veilige alternatieven

We willen in de zorg dus snelle, makkelijke applicaties waarmee we kunnen communiceren (messengers) zonder dat de privacy van cliënten in het geding komt. Nou, die kwamen er. Er ontstonden overal kiemen van innovatie: Messengers, ‘speciaal’ voor de zorg! De ene nog veiliger dan de andere, volgens de leveranciers, en op allerlei manieren worden de instellingen verleid tot het gebruik van een van deze ‘disruptieve’ innovaties: ‘Volledig end to end encrypted’, ‘integraal onderdeel van het dossier’, ‘unieke mogelijkheden voor prioritering’, ‘bijzonder gebruiksvriendelijk’, ‘waarbij u voldoet aan de WGBO en de NEN7510 – NEN7513’, ‘goed te koppelen met uw bestaande systemen’, ‘het kunnen scheiden van werk en privé’, ‘waarbij bovendien 06 nummers niet gedeeld worden’… De strijd om de “medische WhatsApp” is defnitief losgebarsten!

Geen stap vooruit

We willen dus veilig communiceren en er zijn tientallen middelen om dat ook daadwerkelijk te doen. Probleem opgelost! Toch? Laten we eens even naar de praktijk kijken. Te beginnen met onderzoeken van NICTIZ, VWS en diverse adviesbureaus. Deze wijzen uit dat het implementeren van eHealth in de GGZ enorm moeizaam verloopt. We zijn ruim 5 jaar bezig, maar het wil tot nu toe niet lukken om de cliënt met eHealth meer in zijn kracht te zetten, meer regie te geven over zijn behandeling, of het Samen Keuzes Maken binnen de behandeling beter te ondersteunen.

Uit een ander onderzoek, van M&I-partners over eHealth in de GGZ (1), bleek dat welgeteld 0% van de organisaties ‘Appen of beeldbellen’ vaak inzet, en 48 tot 71% van de instellingen nooit gebruik maakt van chat of beeldbellen. Gebruik maken van deze toepassingen in de traditionele GGZ betekent ‘een nieuwe behandelaanpak die deels afstapt van de traditionele periodieke sessie-aanpak’ volgens dit onderzoek. Daar zijn we blijkbaar nog niet aan toe.

Geld of actie?

Wat is de oplossing? Tijdens de eHealth week werd bekend dat minister Schippers voor de komende vier jaar 20 miljoen euro beschikbaar stelt voor opschaling van eHealth in Nederland (2). Gaat het daarmee lukken om veelbelovende innovaties een plek te geven in de zorg en cliënten beter te helpen?

Je kunt voor dit soort substantiële bedragen aardig wat apps naar je cliënt versturen. Uit ervaring blijkt dat vaak nog wordt getwijfeld, dat de veranderingen op de interactie met cliënten niet wordt overzien. En dat is zonde want hoe mooi is het dat de afstand tot de cliënt wordt verkleind? De kiemen zijn overal, maar wat heb je daaraan als ze nooit tot iets moois kunnen uitbloeien? Dat kan alleen wanneer zorginstellingen durf tonen, experimenteren, de mogelijkheden actief inpassen en gebruiken in het zorgproces. Pilots, proefperiodes, implementaties. Laat die 48 tot 71% van de instellingen de raden van bestuur overtuigen dat veilig chatten een mooie uitbreiding is op het behandelaanbod is en ga aan de slag!

 

Bob Reijnders en Martin Koch van Topicus Zorg werken mee aan de doorontwikkeling van de Kanta Messenger. Hun uitdaging is om eindgebruikers, in dit geval de cliënten in de GGZ, optimaal te voorzien van nieuwe mogelijkheden door inzet van moderne en eenvoudig te gebruiken technologie.

 

Auteurs: Bob Reijnders en Martin Koch
Bron: GGZtotaal, juni 2016
1) M&I Partners: Jorne Grolleman, Zorgvernieuwer, meer rendement met e-mental health
2) Schippers: 20 miljoen voor eHealth initiatieven van Nederlandse bodem
Topicus